Chemische criteria
Ondergrens
Schone baggerspecie mag niet in de Slufter geborgen worden. De Slufter heeft twee verschillende ondergrenzen: voor baggerspecie die in aanmerking komt voor een ontheffing voor verspreiding in zoute wateren is de Chemische Toxiciteit Toets (CTT) de ondergrens voor de Slufter. Deze ondergrens geldt voornamelijk voor zoute watergangen. (zie de Sluftertoets)
Voor de overige (zoete) baggerspecie is de ondergrens gebaseerd op de toetsingswaarde van de NW4: alleen baggerspecie klasse 3 en klasse 4 komt in aanmerking voor berging in de Slufter.
Een uitzondering hierop geldt voor klasse 2 baggerspecie uit Rijkswateren met een zandgehalte boven de 60%. Deze specie kan, indien er lokaal geen oplossingen zijn, op de Slufter worden bewerkt. Het residu komt in aanmerking voor berging in de Slufter. Niet zandige klasse 2 specie wordt niet geaccepteerd.
Met behulp van het programma Towabo, gratis verkrijgbaar bij het Riza (zie www.ibever.nl ) kunt u uw waterbodemgegevens toetsen.
