Afkortingen
| Afvalstroomnummer |
| Uniek nummer, toe te kennen door inzamelaar of be-/verwerker, waarin de relatie wordt vastgelegd tussen de soort afval, herkomst, be-/verwerkingsmethode en be-/verwerker. |
| BAGA |
| Besluit Aanwijzing Gevaarlijke Afvalstoffen; Staatsblad 1997, p. 663. Zie ook Eural. BAGA-grenzen zijn de grenzen die zijn aangegeven in het BAGA. De BAGA toets houdt in: het vergelijken van analyseresultaten met de BAGA-grenzen. Bij toetsing vindt géén omrekening naar een zogeheten ‘standaardbodem’ plaats. Zie voor de exacte parameters in de Sluftertoets. |
| Baggerspecie |
| Stof die opgebaggerd is om havens, vaar- en waterwegen op diepte te houden of te krijgen. |
| Bedrijfsafvalstoffenformulier (BA-formulier) |
| Formulier waarmee toestemming wordt verleend voor het ontdoen van bedrijfsafval of gevaarlijk afval. |
| Bio-assays |
| Bio-assays zijn testen waarbij organismen uit een ‘ontvangend watersysteem’ blootgesteld worden aan (verontreinigde) baggerspecie om meer inzicht te krijgen in het biologisch effect van de verontreinigde baggerspecie. |
| CTT-grens |
| De CTT-grens is de ondergrens voor berging van baggerspecie in de Slufter. Naast de chemische parameters bevat de CTT-grens criteria voor de directe biologische gevolgen (bio-assays). Zie voor de exacte parameters de tabel Analyse en toetsingspakket. |
| DCMR |
| DCMR heet voluit DCMR Milieudienst Rijnmond. Deze instantie speelt een belangrijke rol bij de uitvoering van de Wet milieubeheer. Op basis van deze wet maakt de DCMR Milieudienst Rijnmond milieuvergunningen en controleert deze dienst of bedrijven zich aan de regels houden. |
| Eural |
| Europese afvalstoffenlijst. Euralcode voor verontreinigde baggerspecie is 17.05.06 voor zwaar verontreinigde baggerspecie is dit 17.05.05* het betreft dan gevaarlijk afval. |
| Gevaarlijk afval |
| Afvalstoffen die in de nieuwe Europese afvalstoffenlijst (Eural) als zodanig zijn aangewezen. |
| HbR |
| Havenbedrijf Rotterdam NV. |
| Lutum |
| De deeltjesfractie in baggerspecie, kleiner dan 2 µm |
| Management Team - Slufter (MT-S) |
| Deze begeleidingsgroep is ingesteld door de gezamenlijke beheerders van de Slufter: het Havenbedrijf Rotterdam en Rijkswaterstaat directie Zuid-Holland. Een van haar taken is het bepalen van het acceptatiebeleid voor baggerspecie van derden. |
| Minimum Verwerking Standaard (MVS) |
| De MVS is te zien als de opvolger van de WBM. De MVS is vastgelegd in de Wm-vergunning en houdt een stortverbod in voor zandige specie, waaruit met eenvoudige bewerkingtechnieken een toepasbaar product geproduceerd kan worden. Zwaar verontreinigde zandige baggerspecie en zandige baggerspecie afkomstig uit baggerwerkzaamheden <500m3 mogen wel gestort worden. |
| Nautisch knelpunt |
| Van een nautisch knelpunt is sprake als door het achterwege laten van baggeren een situatie ontstaat of voortduurt die belemmerend is voor de beroepsvaart. |
| Omschrijvingsformulier |
| Formulier waarmee toestemming wordt verleend voor het ontdoen van bedrijfsafval of gevaarlijk afval. |
| Ontdoener |
| Aanbieder van waterbodem die als afvalstof wordt aangeboden. Vaak in relatie met waterbodembeheerder. |
| PPGB-grens |
| PPGB-grens staat voor Papegaaiebek-grens. De PPGB-grens is de ondergrens die is vastgesteld voor berging in het depot voor zwaar verontreinigde baggerspecie ‘de Papegaaiebek’ op de Maasvlakte; inmiddels is dit depot niet meer in gebruik. De PPGB-grens de bovengrens voor aanvoer per vrachtauto naar de Slufter. |
| Procedure 1 Rijn-Maasmonding |
| De Rijn-Maasmonding wordt gevormd door het beheersgebied van Rijkswaterstaat directie Zuid-Holland met inbegrip van de daarmee in open verbinding staande havens en kanalen en aangevuld met de bovenstrooms daarvan gelegen wateren die onderhevig zijn aan getijdenwerking. |
| Procedure 2 Provincie Zuid-Holland |
| Deze procedure is bedoeld voor aanvragen uit de provincie Zuid-Holland, voor zover die niet de Rijn- Maasmonding betreffen (procedure 1) en niet binnen de gemeente grenzen van de Rotterdam (procedure 4). |
| Procedure 3 Overige herkomstgebieden in Nederland |
| Deze procedure is bedoeld voor aanvragen uit de overige gebieden van Nederland, die niet tot de Rijn- Maasmonding (procedure 1) en de provincie Zuid-Holland (procedure 2) gehoren. |
| Procedure 4 Gemeente Rotterdam |
| Deze procedure geldt voor aanvragen binnen de gemeente grenzen van Rotterdam, waarvan de locatie niet tot de Rijn- Maasmonding worden gerekend (procedure 1). |
| RWS-ZH |
| Rijkswaterstaat directie Zuid-Holland. |
| SCG |
| Het Service Centrum Grond was belast met het beoordelen van de reinigbaarheid van grond en baggerspecie en het afgeven van verklaringen van niet-reinigbaarheid. Door de komst van de MVS is dit niet meer nodig. De SCG is per 1 januari opgegaan in Bodem +. Senternovem/ Bodem + Orgaan dat provincies, gemeenten, waterschappen en rijksdiensten ondersteunt bij de uitvoering van hun bodemtaken. |
| SCG-zeefkromme |
| Zeefkromme door het SCG vereist bij toetsing t.b.v. een verklaring van niet-reinigbaarheid. |
| Sleephopperzuiger |
| Een vrijvarend en zelfladend baggervaartuig voorzien van een of meer achterwaarts gerichte zuigbuizen met een sleepkop die tijdens het vooruit varen over de bodem wordt gesleept. |
| Standaardbodem |
| Waterbodem met 10 procent organische stof en 25 procent lutum. |
| UGT-grens |
| De UGT-grens was de ondergrens voor berging van baggerspecie in de Slufter en is per 1 juli vervangen door de CTT. |
| Verrekenbare kubieke meter |
| De verrekenbare kubieke meter wordt gehanteerd als de volume-eenheid van de Slufter. Het is een kubieke meter zoals die wordt gemeten in het middel van transport. In het geval van (duw)bakken of schepen wordt gemeten met de ‘halve bol’-methode. Dit is een meetmethode waarbij alleen het volume met een dichtheid van 1,2 ton/m3 of hoger wordt gemeten. Bij aanvoer per vrachtauto wordt het verrekenbare volume bepaald aan de hand van de afmetingen van de laadbak. |
| WBM |
WBM staat voor Wet belasting op milieugrondslag. Vanaf 1 januari 2002 is in deze wet opgenomen dat een heffing moet worden betaald voor het storten van ‘reinigbare’ baggerspecie. Reinigbaar houdt in dat het zandpercentage in baggerspecie hoger ligt dan 60%. Vanaf 1 januari 2005 zou deze heffing komen te vervallen. |
| Zandfractie |
| Deeltjesfractie in baggerspecie groter dan 63 µm. |
